Jagen op anaconda

Columbus beschreef Venezuela als het aardse paradijs. Hij had gelijk, want het land spreekt bij de avonturier sterk tot de verbeelding. Overal ben je omgeven door junglegebieden, nevelwouden en uitgestrekt moerasgebied (de ‘llanos’), waar de grootste slang ter wereld – de anaconda – zijn woongebied heeft.

De llanos is een eindeloze vlakte in het hart van Venezuela, die eenderde van het land in beslag neemt. Ontelbare rivieren en kanalen domineren de laagvlakte. Ze behoren tot het stroomgebied van de 2140 kilometer lange Orinocorivier, een waterreservoir, dat van wezenlijk belang is voor de dierenwereld. Het is een dun bevolkt gebied (slechts tien procent van de Venezolaanse bevolking).

Je vindt genoeg spanning en sensatie in dit ongerepte (en redelijk goed beschermde) gebied. Het probleem is de afstand. Je moet gauw een twintig uur reserveren voor de reis van Caracas naar San Fernando de Apure, in het hart van het moerasgebied. En ben je in San Fernando aangekomen, dan is het van daaruit nog een stuk reizen naar de plek van bestemming: Mantecal, een van de meest ongerepte delen van de Manos. Maar het is alleszins de moeite waard: ontdek het mysterie van de Manos.

Groene leguaan, Iguana iguana Onze ‘hato’ (een soort primitieve boerderij) grenst aan een rivier, waar van alles gebeurt. Zo spot je enorme kaaimannen, die in het zonnetje liggen te bakken, en enorme leguanen, die door het gras kruipen. Maar ons doel is een ander: we gaan op zoek naar ’s werelds grootste slang: de anaconda, waarvan er in dit ruige gebied gelukkig nog uitzonderlijk veel exemplaren voorkomen. We reizen per jeep (en in gezelschap van vier sterke mannen), die alles goed in de gaten houden. Het is de enige manier om dit ruige gebied te ontdekken. Vanuit de laadbak achterin hebben we een goed zicht op alles, wat er om ons heen gebeurt.

Rivierschildpad (Podocnemis) Bij het spotten van anaconda’s moet je het wateroppervlak van de omringende riviertjes goed in de gaten houden. De grote gevaartes steken zo nu en dan de koppen boven water om er daarna weer in te verdwijnen. De beste tijd is de droge tijd, wanneer het gebied nog goed te overzien is. We stoppen langs de weg en de gidsen gaan op onderzoek uit. Gewapend met stokken zoeken zij naar anaconda’s, die zich in de wateren schuil houden. Even later staan zij tot aan hun middel in het water. De alerte blik zegt genoeg: het kan ieder moment gebeuren. Wij slaan het schouwspel liever van een afstand gade.

Een Chironius sp. lijkt kleiner en makkelijker hanteerbaar, maar kan ook gemeen bijten. Dan horen we plots een schreeuw en zien een enorme kop boven het water uitkomen. Tony wenkt ons om het gevaarte van dichtbij te komen bekijken. ‘Een enorme anaconda!’ De Venezolanen nemen het beest in hun greep en tillen het op. ‘Foto, foto,’ roepen ze en wij pakken al onze moed bij elkaar. Even staan we oog in oog met ’s werelds grootste slang. Wat een gevaarte! De mannen laten los en wij nemen afstand. Het beest verdwijnt al gauw weer onder de oppervlakte en wij zijn een ongelooflijke ervaring rijker.

Comments are closed.